De zusters Augustinessen van de Warmoesstraat houden op met de dagopvang voor dak- en thuislozen. De vroegere wijkagent van de Wallen Joep de Groot zet het goede werk voort.
Hier zaten vrijdags dertig tot veertig man te eten´, zegt Joep de Groot en wijst om zich heen in de tamelijk bescheiden hal van het Augustinessenklooster aan de Warmoesstraat. Er lijkt nauwelijks genoeg ruimte om zoveel mensen een zitplaats te bieden. ´Ze zaten op klapstoelen uit een plastic bakje stamppot of nasi te eten, voor tafels was geen plaats.´. Hij loopt verder het klooster in en we komen in een grote zaal met een podium. ´Hier hebben we laatst nog Sinterklaas gevierd met 65 daklozen´, zegt De Groot en gaat weer verder door gangetjes en trappetjes tot we bij een verrassend grote keuken komen. Het raam kijkt uit op de garage van de Bijenkorf. ´Er woonden hier vroeger meer dan veertig nonnen dus was een grote keuken noodzakelijk. En je kon hier prima voor de daklozen maaltijden bereiden. Vroeger deden de Augustinessen alles zelf maar tegenwoordig hebben ze een kok.´
Die kok hoeft voortaan alleen maar voor de zusters te koken. Maaltijden voor de dak- en thuislozen zullen hier niet meer worden bereid want de Augustinessen houden ermee op. Er zijn er nog maar acht over en de gemiddelde leeftijd is 72 jaar. Ze vinden het doodzonde maar het lukt gewoon niet meer om de daklozenopvang te runnen. Anderen zullen het goede werk moeten overnemen. Gelukkig zijn die er, mensen zoals Joep de Groot en studenten van studentenhuis ´De Hoge Stoep´. Ook enkele broeders Franciscanen en een Karmeliet doen mee onder de hoede van de Regenbooggroep, een interkerkelijke stichting voor de zorg en opvang van dak- en thuislozen en verslaafden.
Joep zal, zoals hij dat al langer dan drie jaar doet, elke donderdagavond in het zwerverscafé op de Kloveniersburgwal staan. Sinds hij drieënhalf geleden met De VUT ging, is hij vrijwilliger bij de zusters Augustinessen. Maar hij kent ze al veel langer en zij hem. Joep de Groot was vanaf 1972 wijkagent van het bureau Warmoesstraat.
´Ik kwam geregeld langs op het klooster. Wij hadden veel profijt van de nonnen. Ze hadden een crisisopvang voor vrouwen. Ik heb nog eens een vrouw met vijf kinderen, die door haar man de straat was opgeschopt, bij ze onder kunnen brengen. De nonnen waren veel flexibeler dan de officiële instellingen. Het HVO stelde allerlei voorwaarden, de zusters niet. Ze vonden altijd wel een oplossing. Ze hebben ook prostituees opgevangen. Een vrouw, die er vreselijk slecht aan toe was hebben ze kunnen redden door haar een jaar lang onderdak te geven zonder dat ze een uitkering had. Dat kan elders niet. Met die vrouw hebben ze nu nog contact. Dat is de kracht van de zusters. Ze accepteren iedereen. Niemand wordt buitengesloten. Ze werken vanuit hun geloof maar de mensen worden er niet mee om de oren geslagen. Zelf ben ik niet gelovig maar dat is voor de zusters geen punt.´
Joep de Groot is opgegroeid in de Rijkswerkinrichting Veenhuizen in Drenthe. Zijn vader was daar opzichter en het gezin woonde in een dienstwoning op het terrein van de inrichting. ´Ik heb er een gelukkige jeugd gehad. Ik ben absoluut niet religieus opgevoed, eerder antichristelijk. Mijn vader was lid van de SDAP. Mijn moeder had de pest aan de gereformeerden in Veenhuizen, die zondags met een uitgestreken gezicht naar de kerk gingen. Ze wist precies wat ze doordeweeks allemaal uitspookten. Veenhuizen was geen typisch Drents dorp. De ambtenaren die er werkten, kwamen uit het hele land. Hetzelfde geldt voor de mensen die er gedetineerd waren: alcoholisten, bedelaars, landlopers of souteneurs. Daar zaten heel wat Amsterdammers tussen.
Toen ik 17 was solliciteerde ik bij de politie. In Amsterdam werd ik aangenomen en ging ik naar de politieschool. Ik kon er terecht in een kosthuis. Door die Veenhuizer achtergrond was de overstap van Drenthe naar Amsterdam voor mij helemaal niet zo groot. ´Ik hou u wel lekker aan het werk´, zei ik tegen mijn vader als ik mijn ouders opzocht. ´Ik vang de boeven en u sluit ze op.´ Toen ik eind jaren zestig in deze buurt kwam werken, was de sfeer anders dan tegenwoordig. Alcohol speelde een veel belangrijker rol dan drugs. Ik maakte er het staartje mee van de oude zeemanscultuur. Prostituees zag je al van verre aankomen met hun opgestoken geblondeerde kapsels. Er waren nog veel kleine bedrijven. Tussen de middag zag je overal mensen zitten schaften op de stoep. Het was best wel gezellig. Iedereen kende iedereen en iedereen kende de nonnen. Die hebben nooit hun habijt verwisseld voor modernere kleding en bleven op straat herkenbaar. Ze hadden de daklozenopvang, een crisisopvang voor vrouwen, een eigen kleuterschool op de Groenburgwal en een lagere school op de Kromboomsloot. Ze hadden ook een groot sociaal netwerk. Als iemand verhuisde liet hij soms meubeltjes achter voor de zusters. Die zorgden er dan voor dat ze goed terecht kwamen bij de minder bedeelden. Ik heb heel wat spullen voor ze weggebracht met de politiebus. Uit de hele buurt kwam er eten naar het klooster voor de daklozen. Als Krasnapolsky hiernaast broodjes over had van een buffet brachten ze die naar de Augustinessen. Ik kwam er geregeld langs om te helpen of iets te regelen, maar zelden omdat er problemen waren. Het is opmerkelijk hoe goed de daklozen zich bij de nonnen gedroegen, terwijl er wel rakkers tussen zaten. Maar rotzooi uithalen, dat doe je niet bij de zusters was de norm.
De daklozenopvang begon ermee dat zuster Kandelaar brood begon uit te delen aan de kloosterdeur. Iedereen kende zuster Kandelaar. Nu is ze 90 en zit ze in een tehuis voor bejaarde nonnen in Brabant. In 1976 kregen de zusters tijdelijk de beschikking over een leegstaande kroeg op de hoek van de Nieuwmarkt en de Koningsstraat. Die kregen ze voor niks van Joop de Vries, de eigenaar van Casa Rosso. Hij had er op dat moment geen bestemming voor. Die kroeg werd het zwerverscafé. Zuster Kandelaar deelde boterhammen uit, er was koffie en thee, er waren spelletjes. Ik heb nog meegeholpen met de inrichting, deuren afgehangen en met de politiebus tafels en stoelen gebracht. Iedereen werd ingeschakeld. Organiseren konden de nonnen wel. Tot 1986 kon het zwerverscafé op de Nieuwmarkt blijven. Toen verhuisde het naar de Kloveniersburgwal. Daar werkten de Augustinessen samen met de Vincentiusvereniging.
De zusters deden alles nog zelf maar naarmate ze ouder werden, ging dat steeds moeilijker. Daarom stelden ze een coördinator aan, Juni Cooper, een Surinamer. De zusters wisten ook precies wanneer ik met de VUT zou gaan. Ik werd meteen ingeschakeld om Cooper te helpen en te vervangen als hij ziek was.Tsja en nu houden de Augustinessen ermee op. Cooper heeft zijn ontslag gekregen. Maar de daklozenopvang kan gelukkig wel doorgaan. Op de ´Kloof´ waart de geest van de zusters Augustinessen nog rond. Dat merk je aan de mannen. Hier zijn ze rustiger dan elders. Op het klooster zal ik nog vaak langskomen. De zusters zijn in de loop de tijd echte vriendinnen geworden´.
Gearchiveerd onder: Vrijwilligers aan het woord






Ik heb het verhaal van Joep de Groot gelezen en las dat hij in Veenhuizen heeft gewoond. Zijn vader was opzichter. Mijn vrouw is van mening dat Joep een boek heeft geschreven. Graag zou ik met Joep in contact komen (misschien heeft hij een emailadres) zodat over het boek en de inhoud daarvan wat kan vragen.
Misschien bent u bereid, en als Joep daarmee akkoord is, mij zijn (email-)adres te verstrekken zodat ik hem op die manier kan benaderen.
alvast hartelijk dank voor de te nemen moeite.
Met vriendelijke groet
John Verheij
Dag meneer.
ik zou u wat willen vragen zijn er soms ook oude foto,s waarop het personeel staat mijn opa Eisse modderman heeft toen in de tijd als keukenhulp of oppasser daar gewerkt .mochten er foto,s van zijn zou u ze mijn toe willen mailen graag.groetjes nelleke.
Ik ben werkzaam voor het televisieprogramma ‘Het Familieportret’ wat uitgezonden wordt op RTL4. In dit programma vertellen wij mooie verhalen van bijzondere families.
Graag zou ik voor ons programma in contact willen komen met Joep de Groot.
Misschien kunt u dit aan hem doorgeven, zodat hij zelf contact met mij op kan nemen. Ik ben te bereiken via mail op n.dehaan@lvbnetworks.nl of telefonisch op 033 4220085.
Hartelijk dank,
Natalie de Haan
Redacteur/Verslaggever
LVB Networks B.V.
TV en internetvideo
dag joep,
ik zoek zuster leonardi of andere zusters die in de jaren zestig in halfweg bij haarlem hebben gezeten. daar zaten toen ook de zusters augustinessen en ik heb daar ook een paar jaar in de opvang gezeten; ik was toen 2 jaar.
hoop dat je meer informatie hebt of kunt krijgen!
ik wil anders ook wel een keer langskomen om een en ander toe te lichten want ben al een poos bezig om mijn tijd daar goed in beeld te krijgen. heb al een hoop informatie maar alles is natuurlijk welkom!!!
bij voorbaat dank,
p.kroets
emmastraat 13
6981 ew
doesburg
0313-471878
p.kroets@chello.nl